U bent hier: Home › Medicatiebewaking

Medicatiebewaking

Verklaring

Porfyrinen zijn polycyclische verbindingen, die het skelet vormen van het heemmolecule en van andere eiwitten, die een rol spelen bij zuurstof- of elektronenoverdracht. Porfyrieën zijn stofwisselingsziekten, als gevolg van een afwijking aan één van de vele enzymen, die nodig zijn voor de opbouw van de verschillende porfyrinen. Een enzymdefect kan het gevolg zijn van een aangeboren of verworven stoornis in de productie van één van de vele enzymen die nodig zijn voor de synthese van het porfyrine-skelet. Hierdoor treedt stagnatie op in de inbouw van het porfyrine en stapelt één van de vóórstadia zich op. Zo ontstaat een te hoge concentratie van één van deze tussenproducten in de lever- of beenmergcellen, waar de porfyrine-synthese plaatsvindt. Bij sommige vormen van porfyrie heeft het tussenproduct een fotodynamische werking en veroorzaakt het een overgevoeligheid voor licht, in andere gevallen is de stof neurotoxisch. Men onderscheidt bij de aangeboren porfyrieën een hepatische en een entropoëtische vorm. Daarnaast bestaan symptomatische vormen van porfyrie die kunnen optreden bij leverziekte (ijzerstapeling, hepatitis B en C, HIV-infectie, bij maligniteit, bij myelodysplasie) of die geïnduceerd worden door medicamenten, door toxische stoffen of door stapeling van metalen. Hierdoor neemt een latent reeds bestaand enzymtekort relatief toe, waardoor het gehalte aan toxische tussenproducten stijgt.

Op klinische gronden onderscheidt men bij porfyrieën drie vormen:

  • Porfyrieën met lichtovergevoeligheid
    De congenitale erytropoëtische porfyrie (erytro-porfyrie) is uiterst zeldzaam. Direct na de geboorte valt de rode verkleuring van de urineluiers op. Op latere leeftijd tonen deze personen overgevoeligheid voor zonlicht met blaarvorming, hyperpigmentatie en littekenvorming in de aan licht blootgestelde huid. Een andere vorm treedt pas op in de adolescentie (proto-porfyrie) en gaat gepaard met roodheid, jeuk, branden, oedeem van de huid na blootstelling aan (zon)licht. De meest voorkomende porfyrie met lichtovergevoeligheid is porphyria cutanea tarda, die pas op volwassen leeftijd manifest wordt en die gepaard gaat met ijzerstapeling en wordt uitgelokt door alcohol gebruik en soms ook door gebruik van oestrogenen. Deze vorm ziet men soms tijdens hemodialyse-behandeling, bij chronische hepatitis, bij levercirrose, bij arbeiders in de chemische industrie (herbiciden, dioxine), en in de loop van een HBV-, HCV- of HIV-infectie.
  • Porfyrieën met neurologische complicaties
    Acute intermitterende porfyrie is de meest voorkomende porfyrie en betreft in Europa 80% van alle gevallen. Deze vorm geeft vóór de puberteit nooit klachten en in veel gevallen blijft de aandoening levenslang latent. De prevalentie van de latente vorm is 2 per 100.000. De verschijnselen treden vaak pas aan het licht na de pubertijd, na geneesmiddelgebruik. De klassieke symptomen zijn pijnen in buik en rug, braken, obstipatie, hypertensie, hartkloppingen, angst, koorts, convulsies, psychose, neuropathie, soms zelfs overgaand in een opstijgende polyneuritis met ademverlamming.
  • Porfyrieën met lichtovergevoeligheid en neurologische complicaties
    Porphyria variegata komt na de acute intermitterende porfyrie relatief het frequentst voor (15%). De aandoening uit zich in aanvallen van buikpijn, neuropsychiatrische symptomen en verhoogde mechanische kwetsbaarheid en lichtovergevoeligheid van de huid. Coproporfyrie (erfelijk) is zeldzamer (5%), lijkt klinisch op porphyria variegata, maar verloopt minder ernstig.
N.B.: Een aanval van acute porfyrie wordt in 60% van de gevallen uitgelokt door ecologische factoren, zoals voeding, hormonen, geneesmiddelen, infectie of intoxicatie. Met name zijn gebruik van geneesmiddelen of alcohol en onvoldoende opname van calorieën in het spel. De ernst van de porfyrie wordt mede bepaald door het gegeven of desbetreffende patiënt een snelle of langzame metaboliseerder is. Dit hangt af van het type iso-enzymen onder andere van cytochroom P450, dat bij de patiënt tot expressie wordt gebracht.

Therapie
Therapeutisch kon men tot voor kort niet veel anders bieden dan symptomatische maatregelen en grote toevoer van koolhydraten. Het belangrijkste is het vermijden vanprovocerende momenten (leverbeschadiging, alcohol, oestrogenen, slaapmiddelen, sedativa, analgetica, ijzeroverbelasting) en bestrijding van chronische virale infecties aangewezen. Anemie kan worden behandeld met epoëtine. Een gunstig effect is beschreven van cimetidine en melatonine. In ernstige gevallen wordt een gunstig effect gezien van intraveneuze toediening van hematine, dat een remmend effect heeft op de porfyrinesynthese waardoor minder toxische tussenproducten ontstaan. In geval tijdens de aanval een ernstige hypertensie optreedt, dan is de behandeling met atenolol, labetalol of propranololde beste keuze. Buikpijn kan worden behandeld met cimetidine, paracetamol, morfine of pethidine. Tegen braken kan eventueel chloorpromazine of promazine worden gegeven. Eventueel optredende psychose kan worden behandeld met chloorpromazine, promazine of lorazepam. Insulten kunnen worden onderdrukt met clonazepam of gabapentine. In geval van lichtovergevoeligheid is vermijden van zonlicht en het gebruik van UV-absorberende crèmes aangewezen. Recent werd een gunstig effect beschreven van thalidomide (200 mg per dag) op huidafwijkingen die optreden bij porphyriacutanea tarda. Vrouwelijke patiënten die lijden aan cyclus afhankelijke exacerbaties van acute intermitterende porfyrie, kunnen baat hebben van ovarium functie onderdrukking met nafareline. Gunstige resultaten zijn verkregen bij congenitale erytropoëtischeporfyrie met behulp van beenmergtransplantatie.

Mogelijk zal in de toekomst gentherapie een oplossing kunnen bieden in ernstige gevallen van porfyrie.

Indien men om één of andere dwingende reden toch een geneesmiddel moet toepassen dat eventueel een aanval kan uitlokken dient dit onder klinische controle te gebeuren. Dit moet dan gebeuren onder controle van de porfyrinen-uitscheiding, terwijl men hematine voor intraveneuze toediening bij de hand heeft om dit zo nodig direct toe te kunnen dienen, mocht er een aanval optreden.

Geneesmiddelen(adviezen)
In de hierna volgende tabellen staan verbindingen vermeld waarvan verondersteld wordt dat zij een probleem kunnen geven of zonder probleem kunnen worden gebruikt bij porfyrie-patiënten. Over sommige middelen bestaat twijfel. Er is geen algemene consensus over welke middelen wel en niet toegepast kunnen worden bij patiënten met porfyrie. Healt Base gebruikt de overzichtstabellen zoals deze gepubliceerd worden in Micromedex en voorafgaande edities van de Commentaren Medicatiebewaking als basis voor de medicatiebewaking.

Van sommige groepen geneesmiddelen worden “positieve” uitzonderingen als veilig bewaakt. Bijvoorbeeld van de glucocoricosteroïden als geheel zijn tegenstrijdige berichten bekend, dexamethason en prednisolon worden als veilig te gebruiken beschouwd.

Voor uitlokking van een porfyrie-aanval is systemische opname noodzakelijk. In het algemeen wordt daarom gesteld dat middelen voor lokale toepassing zonder problemen kunnen worden toegepast tenzij het middel in sterke mate geabsorbeerd wordt (bijv. Toepassing op grote oppervlakten bij een niet intacte huid). Middelen voor lokale toepassing (huid, oor- en oogdruppels) zijn daarom niet opgenomen in de medicatiebewaking.

Wanneer er bij een geneesmiddel geen bewakingsignaal wordt gegenereerdbetekent dit niet automatisch dat het middel als veilig beschouwd kanworden. Het middel komt echter niet voor in de onderstaande tabellen.

 
 
 
 
 
Nieuws
Nieuwsarchief
Nieuwsbrief
Kranten en tijdschriften
YouTube
Vraag & antwoord
Literatuur
Links
Fotoalbums
Een zeldzame ziekte
Wat is E.P.P.?
Onderzoek
Behandeling
Psychosociale problemen
Patiëntenvereniging
Bestuur / Commissies
Wetenschappelijke Adviesraad
Aanmeldingsformulier
Forum
Gastenboek
Login
Logout
Wachtwoord wijzigen
Wachtwoord vergeten?

Ogenblik a.u.b. ...